Arbocatalogus algemene info

In de zoetwarenindustrie hebben sociale partners gezamenlijk aan een arbocatalogus gewerkt. In deze catalogus hebben de werkgeversorganisaties en vakbonden vastgelegd welke maatregelen werkgevers kunnen nemen om te voldoen aan de doelen die de arbowetgeving heeft gesteld. De zoetwarenindustrie heeft deze arbocatalogus samen met de sector van de industriële bakkerij ontwikkeld.

In de nieuwe Arbowet van 2007 is opgenomen dat werkgevers en werknemers samen een grotere verantwoordelijkheid en meer vrijheid krijgen om het arbobeleid per branche vorm te geven. De arbocatalogus is een middel om dat te doen. In de catalogus leggen de werkgevers- en werknemersorganisaties op sectorniveau vast welke maatregelen bedrijven kunnen nemen om te voldoen aan de doelen van de arbowetgeving.
 
Prioritaire risico’s
Het is niet mogelijk om alle risico’s die werknemers in de zoetwarenindustrie kunnen lopen, op te nemen in de arbocatalogus. Daarom hebben de sociale partners vijf risico’s geselecteerd die het belangrijkst zijn: de prioritaire risico’s. Daarvoor zijn in de catalogus bijvoorbeeld beschermingsniveaus vastgelegd die de werkgever moet bieden. Voor alle risico’s zijn ook diverse oplossingen en maatregelen opgenomen. Hoewel de catalogus al veel praktische hulpmiddelen biedt, is het de bedoeling dat hij langzamerhand zal worden uitgebreid. Zo kunnen er in de toekomst bijvoorbeeld nieuwe risico’s worden toegevoegd.
 
Catalogus en inspectie
De arbocatalogus garandeert een bepaald beschermingsniveau en daarom zal de Inspectie SZW de catalogus ook gebruiken bij haar inspectieprojecten. Als voor een bepaald risico in de arbocatalogus een beschermingsniveau is vastgelegd, moeten individuele bedrijven ook minstens dit beschermingsniveau bieden. Anders zal de Arbeidsinspectie het bedrijf hierop afrekenen. De arbocatalogus is dus geen vrijblijvend document. Om te zorgen dat de arbocatalogus goed in elkaar zit, is deze pas geldig als hij positief is getoetst door de Arbeidsinspectie. De arbocatalogus moet bovendien regelmatig worden geactualiseerd.
De aanbevolen termijn daarvoor is iedere drie tot vijf jaar.

Arboconvenant Koek en Snoep: De arbocatalogus was niet de eerste grote samenwerking van de sociale partners op arbogebied. Van 2003 tot 2006 liep het Arboconvenant Koek en Snoep. Het arboconvenantenprogramma was opgezet door het Ministerie van Sociale Zaken.

Het doel van dit programma was om werknemers en werkgevers samen meer verantwoordelijkheid te laten nemen voor de arbeidsomstandigheden in hun branche. In het Arboconvenant Koek en Snoep hebben de sociale partners afspraken gemaakt over veilig en gezond werken.

Ook ontwikkelden ze diverse hulpmiddelen voor drie onderwerpen die belangrijk waren voor de zoetwarenindustrie: RSI, werkdruk en vroegtijdige reïntegratie. Hoewel het convenant in 2006 is beëindigd, zijn de hulpmiddelen en afspraken nog altijd waardevol voor de zoetwarenindustrie. Deze zijn vaak in aangepaste vorm ook weer opgenomen in de arbocatalogus.