Actueel

Steeds meer bedrijven in de zoetwarenindustrie besteden succesvol aandacht aan veilig en gezond...
16/03/2018 - lees meer >

Steeds meer bedrijven in de zoetwarenindustrie besteden succesvol aandacht aan veilig en gezond...
16/03/2018 - lees meer >

In de zoetwarenbranche is afgesproken dat de werkgever de RI&E na maximaal drie jaar actualiseert. Ook stelt hij ieder...

Bekijk het antwoord

Het uitvoeren en toetsen van de RI&E hangt af van de grootte van het bedrijf en het soort RI&E-instrument dat...

Bekijk het antwoord

Veelgestelde vragen

In de zoetwarenbranche is afgesproken dat de werkgever de RI&E na maximaal drie jaar actualiseert. Ook stelt hij ieder jaar een schriftelijke voortgangsrapportage op over het plan van aanpak van de RI&E. Deze rapportage bespreekt hij met de ondernemingsraad (or), personeelsvertegenwoordiging (pvt) of de belanghebbende medewerkers. Wijzigen de arbeidsomstandigheden? Dan moet de RI&E (deels) opnieuw worden uitgevoerd, gericht op die verandering. Dit kan een verhuizing zijn, een verbouwing, aanschaf van nieuwe machines, een nieuwe productielijn of een verandering in functies.

 
Meer informatie over de RI&E kunt u hieronder vinden.

Het uitvoeren en toetsen van de RI&E hangt af van de grootte van het bedrijf en het soort RI&E-instrument dat gebruikt wordt. Verschillende voorkomende varianten zijn:

  • Bedrijven met ten hoogste 40 uur arbeid per week (alle werknemers bij elkaar opgeteld): Deze organisaties moeten een RI&E hebben, maar hoeven dat document niet te laten toetsen.
  • Bedrijven met ten hoogste 25 werknemers: Deze bedrijven hoeven hun RI&E-document niet langer te laten toetsen, mits ze gebruik maken van de goedgekeurde branchespecifieke en in de CAO opgenomen door een deskundige getoetst RI&E-instrument.
  • Voor alle bedrijven met meer dan 25 werknemers: Organisaties met meer dan 25 werknemers moeten hun RI&E-instrument op de gewone wijze laten toetsen.
 
Meer informatie over het toetsen van een RI&E kunt u hieronder vinden.

De Arbowet verplicht iedere werkgever om een arbobeleid te voeren voor optimale arbeidsomstandigheden. Om dit arbobeleid goed vorm te geven moet de werkgever een overzicht hebben van alle risico's die in het bedrijf of de instelling kunnen voorkomen. Met de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) kan het bedrijf gestructureerd de risico’s aanpakken om de kans op arbeidsgerelateerde gezondheidsklachten en ongevallen tot een minimum te beperken.

Onderwerpen die bijvoorbeeld in een RI&E beschreven staan:

  • Zijn er binnen het bedrijf gevaarlijke stoffen aanwezig die de gezondheid/veiligheid zouden kunnen schaden?
  • Is er sprake van een kans op fysieke overbelasting?
  • Zou beeldschermwerk de gezondheid van de werknemers kunnen beïnvloeden?
  • Kan het lawaai leiden tot een gevaarlijke/ongezonde situatie?
  • Heeft het bedrijf de geschikte arbeidsmiddelen?
  • Welke gevaren leveren het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen op? 
  • Hebben werknemers de kans dat ze te maken te krijgen met seksuele intimidatie of geweld?
 
Speciaal voor de zoetwaren is een branchespecifieke RI&E ontwikkeld.

Werkgevers moeten volgens een arbeidshygiënische strategie de veiligheid en gezondheid van werknemers beschermen. De arbeidshygiënische strategie is een hiërarchisch stelsel van beheersmaatregelen voor risico’s. Hierbij wordt allereerst naar de bron van het probleem gekeken. Als daar niets aan kan worden gedaan, zijn andere maatregelen mogelijk.
De arbeidshygiënische strategie ziet er als volgt uit:

  • Bronmaatregelen: Een werkgever moet een risico zoveel mogelijk aanpakken bij de bron, en zo het risico helemaal wegnemen.
  • Collectieve maatregelen (technisch): Als bronmaatregelen niet mogelijk zijn of een bronmaatregel niet het gehele risico wegneemt, moet de werkgever collectieve maatregelen nemen om risico’s te verminderen.
  • Individuele maatregelen (organisatorisch): Als collectieve maatregelen niet kunnen of ook (nog) geen afdoende oplossing bieden, moet de werkgever proberen het risico voor individuele werknemers te beperken.
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen: Als de bovenste drie maatregelen onvoldoende effect hebben, moet de werkgever persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking stellen, zoals gehoorbescherming. De werkgever moet toezicht houden op het gebruik ervan, maar werknemers zijn natuurlijk verplicht om de beschermingsmiddelen te gebruiken en de instructies daarvoor op te volgen.

 

Meer informatie over de over de rie kunt u hieronder vinden.

In het Warenwetbesluit Machines (Wwb Machines) zijn de verplichtingen vanuit de Europese Machinerichtlijn opgenomen. Hierin is opgenomen dat een gebruiksaanwijzing of –handleiding moet worden opgesteld en bijgeleverd bij de machine. In deze gebruiksaanwijzing staan naast de ‘gewone’ instructies over inbedrijfstelling, gebruik etc. ook instructies voor het gebruik van de machine in situaties waarin gevaren kunnen optreden. Deze instructies worden alleen geaccepteerd als het gevaar niet op een andere manier kan worden weggenomen, bijvoorbeeld door middel van een technische beveiliging.
Tevens worden in de gebruiksaanwijzing instructies opgenomen over onderhoud en reparatie, zodat deze werkzaamheden zonder gevaar kunnen worden verricht.
 

Meer informatie over machineveiligheid kunt u hieronder vinden.

CE merk geeft geen volledige garantie op veiligheid. Machines en materieel – liften, hoogwerkers, heftrucks – moeten regelmatig gecontroleerd en onderhouden. Bewegende delen van machines moeten stevig zijn afgeschermd of een beveiligingsmechanisme hebben, waardoor de machine stopt als de veiligheid in gevaar komt. Ook die voorzieningen moeten (goed)gekeurd en goed onderhouden zijn. Voor de mensen aan de machine is het belangrijk dat zij goed zicht houden op het werk en dat er voldoende ruimte is om de machine veilig te bedienen.

Tillen is erg belastend voor het lichaam, zeker als het vaak wordt gedaan. Bij het tillen van zware voorwerpen worden de spieren aan de achterkant van het lichaam belast en op den duur kan dit leiden tot beschadiging van de rugspieren, de bindweefselbanden of de tussenwervelschijven. Hoe zwaarder men tilt, hoe groter de kans op lichamelijke klachten. Maar ook het tillen van lichte voorwerpen kan tot schade leiden, bijvoorbeeld door een verkeerde houding of door te vaak achter elkaar te tillen.
De Arbowet kent geen specifieke eisen over hoeveel een werknemer mag tillen. De last mag echter geen gevaar opleveren voor de veiligheid en of de gezondheid van de werknemer (Arbobesluit 5.2). Tillen en dragen moet in de risico-inventarisatie en -evaluatie opgenomen zijn en afhankelijk van het risico bestreden worden via een Plan van Aanpak. In een toelichting op het Arbobesluit wordt verwezen naar de NIOSH-methode om te berekenen wat het maximale tilgewicht is onder bepaalde omstandigheden. De maximale grens onder ideale omstandigheden ligt hier op 23 kilogram. Maar het gewicht is niet de enige factor die een taak belastend maakt. Ook de frequentie, de afstand van verplaatsing, de hoogte tot de vloer en de draaiing van het lichaam zijn van invloed. 

 

Meer informatie en toepassing van de NIOSH methode kunt u hieronder vinden.

Repeterende handelingen zijn op zichzelf niet schadelijk. Gezondheidsklachten treden met name op wanneer de repeterende handelingen vaak herhaald worden en lang achter elkaar uitgevoerd worden.
In de praktijk kun je stellen dat wanneer repeterende handelingen dagelijks meer dan vier uur gedaan worden, met minder dan tien minuten pauze per uur, de kans op klachten het grootst is. Het risico wordt groter als de repeterende handelingen gepaard gaan met:

  • Extra kracht nodig (bewegen van zware objecten)
  • Werken in een ongunstige lichaamshouding
  • Trillen en schokken (bijvoorbeeld bij boren en frezen)
  • Hoge werkdruk en stress.

Gevaarlijke stoffen zijn stoffen die een mogelijk gevaar opleveren voor de veiligheid en gezondheid van werknemers. Kenmerkend voor de risico's van gevaarlijke stoffen op het werk is dat de gevolgen vaak wel ernstig, maar niet altijd direct zichtbaar of merkbaar zijn. Het risico op gezondheidsproblemen door stoffen, hangt onder meer af van de eigenschappen van de stof, de concentraties waaraan medewerkers worden blootgesteld en de duur van die blootstelling. Bij bepaalde stoffen, zoals meelstof, zijn de risico’s ook afhankelijk van de individuele gevoeligheid van de werknemer.
In de zoetwarenindustrie vormt blootstelling aan stofvormige producten een risico. Voorbeelden hiervan zijn meelstof, cacaopoeder en stof van bepaalde additieven, zoals amylase. Stofvormige grondstoffen (zoals meel, suiker en stof) die vrijkomen bij het productieproces kunnen onder bepaalde omstandigheden zelfs leiden tot stofexplosiegevaar. Daarnaast is het mogelijk dat de medewerkers werken met andere gevaarlijke stoffen, zoals schoonmaakmiddelen en ontsmettingsmiddelen, beschermingsgassen zoals koolstofdioxide en stikstof en geur- en smaakstoffen op alcoholbasis.

 

In de Stoffenmanager en het Handboek Stofbeheersing staat meer informatie over blootstelling en opslag. Over stofexplosies staat uitgebreide informatie in de ATEX-richtlijn.

Langdurige blootstelling aan geluid boven de 80 decibel kan lawaaidoofheid veroorzaken. Lawaaidoofheid is blijvend en heeft grote sociale gevolgen. Zo kunnen slechthorende medewerkers gesprekken in gezelschap nauwelijks meer volgen. Bijkomende risico’s bij langdurige blootstelling aan harde geluiden zijn verhoogde bloeddruk, vermoeidheid en concentratieverlies. Met een audiometrisch onderzoek (gehoortest) uitgevoerd door een deskundige kan de gehoorschade in kaart gebracht worden. Op deze manier kan ook vroegtijdige gehoorschade in kaart gebracht worden.

 

Meer informatie over risico’s van lawaai kunt u hieronder vinden.

In de catalogus hebben de werkgeversorganisaties en vakbonden vastgelegd welke maatregelen werkgevers kunnen nemen om te voldoen aan de doelen die de arbowetgeving heeft gesteld. De zoetwarenindustrie heeft de arbocatalogus samen met de sector van de industriële bakkerij ontwikkeld.
De arbocatalogus is een oplossingenboek voor gezondheids- en veiligheidsrisico’s die werknemers lopen tijdens hun werk. De arbocatalogus biedt na de inventarisatie van de risico’s op de werkplek een keuze uit de mogelijke oplossingen voor die risico’s. Bedrijven zijn niet verplicht om de oplossingen in de catalogus te gebruiken. Maar ze moeten wel minstens hetzelfde beschermingsniveau bieden als is vastgelegd in de wettelijke regels en de catalogus.
Op dit moment bestaat de arbocatalogus van de zoetwaren uit de onderwerpen: fysieke belasting, gevaarlijke stoffen, machineveiligheid, hitte en geluid.

De Arbeidsinspectie houdt toezicht op de naleving van een aantal wetten en regelingen, waaronder de Arbowet, het Arbobesluit, de Arboregeling en de Arbeidstijdenwet. De inspecties hebben natuurlijk als doel om overtredingen aan te pakken. Maar ze hebben ook een preventieve werking: werkgevers en werknemers moeten zorgen voor een goed arbobeleid als ze sancties willen voorkomen. Zodra de arbocatalogus voor de zoetwarenindustrie gereed is, gebruikt de Arbeidsinspectie dat document als uitgangspunt bij inspecties. Bedrijven zijn niet verplicht om de middelen in de catalogus te gebruiken. Maar ze moeten wel minstens hetzelfde beschermingsniveau bieden als is vastgelegd in de wettelijke regels en de catalogus. Bovendien zijn ze gehouden om de brancheafspraken in de arbocatalogus na te komen.

Om problemen te voorkomen moeten bedrijven dus voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. Bij constatering van een overtreding krijgt een bedrijf vaak kans om die overtreding binnen een opgelegde termijn op te heffen. Na afloop van die periode controleert de Arbeidsinspectie of dat gebeurd is. Zo niet, dan legt de Arbeidsinspectie waarschijnlijk sancties op.
 
 
Meer informatie over de redenen voor inspectie en het verloop van een inspectie en sancties kunt u hieronder vinden.

De werkgever is verplicht een preventiemedewerker aan te stellen als er meer dan 25 werknemers in dienst zijn. Bij minder dan 25 werknemers mag de werkgever zelf de taken van de preventiemedewerker uitvoeren.

 

Meer informatie over de wettelijke verplichtingen van de werkgever kunt u hieronder vinden.

De preventiemedewerker heeft een centrale rol in het arbobeleid van een organisatie. Hij onderzoekt de risico’s die werknemers lopen op de werkvloer en voert de mogelijke oplossingen en maatregelen uit. In de zoetwarenindustrie is afgesproken dat de preventiemedewerker zijn arbotaken zoveel mogelijk uitvoert binnen zijn normale arbeidstijd.
Volgens artikel 13 van de Arbowet heeft de preventiemedewerker in ieder geval de volgende taken:

  • Meewerken aan het uitvoeren en opstellen van de RI&E;
  • De arbomaatregelen in onder meer het plan van aanpak uitvoeren, of meewerken daaraan;
  • De ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (PVT) adviseren over arbomaatregelen als deze om advies vraagt. Als het bedrijf geen OR of PVT heeft, adviseert de preventiemedewerker de belanghebbende werknemers.
 
Meer informatie over de taken van een preventiemedewerker kunt u hieronder vinden.

Het doel van arbobeleid is te zorgen dat werknemers veilig en gezond kunnen werken. Dat leidt tot minder gevaarlijke en ongezonde werksituaties en daardoor tot minder ongevallen en gezondheidsschade. Veel bedrijven maken geen duidelijk plan voor het invoeren van al hun maatregelen. Ze voeren losse maatregelen in, terwijl een bepaalde maatregel in combinatie met andere oplossingen misschien veel beter werkt. Het is eenvoudiger en effectiever om met een goed stappenplan aan de slag te gaan.

  • Stap 1: informatievoorziening. Voordat er beslissingen worden genomen, moet duidelijk zijn welke risico’s worden aangepakt, wat het op de korte termijn moet opleveren en wat het uiteindelijke doel is.
  • Stap 2: wie, wat en hoe. Vervolgens is het verstandig om vast te leggen wie zich binnen het bedrijf bezighouden met het project.
  • Stap 3: informatie verzamelen en ordenen. Om de juiste maatregelen bij de juiste risico’s te vinden, is het belangrijk alle informatie die in het bedrijf aanwezig is te benutten.
  • Stap 4: kennis van medewerkers benutten. Het is belangrijk om medewerkers te betrekken bij het nemen van maatregelen. Zij hebben immers veel kennis in huis over risico’s, mogelijke maatregelen en praktische bezwaren.
  • Stap 5: plan van aanpak opstellen en uitvoeren in overleg met Ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging.
 
Een uitwerking van het stappenplan kunt u hieronder vinden.

De wet verplicht werkgevers om ervoor te zorgen dat beeldschermwerk geen gevaar oplevert voor de veiligheid en de gezondheid van hun werknemers. Het Arbobesluit kent twee specifieke richtlijnen:

  • Beeldschermwerk moet na twee uur afgewisseld worden met ander werk of een pauze (Arbobesluit 5.0).
  • Werknemers moeten de gelegenheid krijgen om een oogonderzoek te ondergaan voordat zij met beeldschermwerk beginnen of wanneer zij oogklachten ontwikkelen.
Verder zijn er voorschriften te vinden in een ministeriële regeling met betrekking tot de werkplek en programmering, zoals:
  • Beeldscherm en toetsenbord mogen niet aan elkaar vast zitten.
  • De werkplek (stoel én tafel) moet in hoogte verstelbaar zijn en voldoen aan de NEN-normen Het beeldscherm is van goede kwaliteit, in hoogte verstelbaar en mag niet spiegelen.
  • De verlichting op de werkplek zorgt voor voldoende licht en een beheerst contrast tussen het beeldscherm en de omgeving.
  • Werknemers moeten gebruik kunnen maken van hulpmiddelen, zoals een documenthouder en gebruikersvriendelijke software.
  • Werknemers die een leesbril nodig hebben en beeldschermwerk verrichten hebben recht op vergoeding van de aanschafkosten van een beeldschermbril.
 
Meer informatie over beeldschermwerk in de zoetwarenindustrie kunt u hieronder vinden.

Naast de algemeen geldende rechten en plichten voor werkgever en werknemer valt werkdruk in de Arbowet (Hoofdstuk 1) onder psychosociale arbeidsbelasting. Werkgevers zijn verplicht om een beleid te voeren dat deze psychosociale arbeidsbelasting voorkomt, dan wel beperkt. In het Arbobesluit wordt deze eis in artikel 2.15 nader uitgewerkt en wordt van de werkgever verwacht dat hij een risico-inventarisatie en -evaluatie opstelt met een plan van aanpak. De onderwerpen hierin dient hij ook daadwerkelijk uit te voeren. Ook moeten werknemers worden voorgelicht over de risico’s van psychosociale arbeidsbelasting en de maatregelen die erop gericht zijn om deze te voorkomen of te beperken.
De wetgeving en genoemde artikelen zijn te raadplegen op de website van de overheid.

 

Meer informatie over werkdruk binnen de zoetwaren kunt u hieronder vinden.

Naast de algemeen geldende rechten en plichten voor werkgever en werknemer is de wetgeving met betrekking tot machineveiligheid complex. In Nederland zijn de verplichtingen die voortvloeien uit de Europese Machinerichtlijn terug te vinden in het Warenwetbesluit Machines.
De belangrijkste verplichtingen zijn hieronder aangegeven:

  • Machines moeten zodanig zijn ontworpen en geproduceerd, dat zij voldoen aan de fundamentele of essentiële eisen over machineveiligheid.
  • Er dient een Technisch constructiedossier te worden samengesteld.
  • Daarnaast dient een gebruiksaanwijzing of –handleiding te worden opgesteld en bij de machine te worden (mee)geleverd. Naast de “gewone” instructies inzake inbedrijfstelling, gebruik, etc., bevat de gebruiksaanwijzing tevens voorschriften voor het gebruik van de machine in situaties waarin gevaren kunnen optreden, welke niet op een andere manier, bijvoorbeeld door middel van een technische beveiliging, kunnen worden weggenomen.
  • Voorts dient een EG-verklaring van overeenstemming te worden opgesteld. Dit is de verklaring van de fabrikant van de machine, dat hij aan alle relevante eisen uit alle toepasselijke CE-markeringsrichtlijnen heeft voldaan.
  • Er moet CE-markering worden aangebracht. 

 

Naast de algemeen geldende rechten en plichten voor werkgever en werknemer (zie voor meer informatie: arbowettelijke eisen) is de wetgeving met betrekking tot gevaarlijke stoffen best complex. De gehele specifieke wetgeving is te vinden op de website van de overheid. 

De belangrijkste verplichtingen zijn:

  • Afhankelijk van de gevaarlijke stof moet vanaf 1 tot 250 kg bij opslag voldaan worden aan PGS 15 (brandvertragend, voorzien van lekbakken, afzuiging/ventilatie, afsluitbaar, gemarkeerd met pictogrammen, faciliteiten voor calamiteiten aanwezig (brandblusser, oogspoelfles of evt nooddouche aanwezig)). Meer informatie over de PGS 15 vindt u hier.
  • REACH (Registratie, Evaluatie, Autorisatie en beperking van Chemische stoffen) verplicht bedrijven informatie over eigenschappen en risico’s van chemische stoffen te verzamelen, te beoordelen en te verspreiden onder afnemers om veilig met de stoffen te kunnen omgaan. Gebruikers moeten aangeven op welke manier ze een stof gebruiken. Meer informatie over REACH kunt u hier vinden. 

Naast de algemeen geldende rechten en plichten voor werkgever en werknemer (zie voor meer informatie: arbowettelijke eisen) staan in de Arbowet geen expliciete voorschriften met betrekking tot fysieke belasting. Volgens de Arbowet moeten werkgevers ervoor zorgen dat de fysieke belasting geen gevaar oplevert voor de veiligheid en gezondheid van de medewerkers (Arbobesluit 5.2). Met betrekking tot kort-cyclisch werk bepaalt artikel 3 dat monotone en tempogedwongen handelingen zo veel als mogelijk vermeden of beperkt moeten worden.

Werknemers zijn verplicht om de risico’s van fysieke belasting op te nemen in hun risico-inventarisatie en –evaluatie en het bijbehorende Plan van Aanpak wanneer een risico te groot is.

In een toelichting op het Arbobesluit wordt verwezen naar de NIOSH methode om te berekenen wat het maximale tilgewicht is onder bepaalde omstandigheden. Meer uitleg over (het werken met) de NIOSH methode voor het beoordelen van tillen en dragen kunt u hier vinden.

Naast de algemeen geldende rechten en plichten voor werkgever en werknemer (zie voor meer informatie: veilig en gezond werken) is de wetgeving met betrekking tot lawaai best complex. De belangrijkste verplichtingen zijn:

  • Bij een geluidsniveau van méér dan 80dB(A) per dag moeten werknemers kunnen beschikken over (individuele aangemeten) gehoorbeschermers.
  • Bij lawaai boven de 85dB(A) moeten werknemers verplicht gehoorbeschermers dragen. De plaatsen waar het geluidsniveau boven de 85dB(A) komt moeten duidelijk herkenbaar gemaakt worden.
  • De dagelijkse blootstelling mag nooit hoger zijn dan 87dB(A), inclusief de dempende werking van een individuele gehoorbeschermer.
  • Werknemers die blootgesteld worden aan lawaai krijgen de mogelijkheid om een audiometrisch onderzoek (gehoortest) te ondergaan door een deskundige.
  • De ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging mogen een oordeel geven over de genomen maatregelen ter bestrijding van het lawaai.
AttachmentSize
Schadelijk geluid Informatie voor werknemers en werkgevers.pdf147.45 KB

Het Arboadviespunt op deze website geeft informatie over arbobeleid in de branche en wetten en regels op arbogebied. Daarnaast denkt het Arboadviespunt met u mee als u tegen praktische punten aanloopt. Als u vragen heeft die op deze website niet beantwoord worden, kunt u zich wenden tot Erna Bak van het Arboadviespunt.
Erna’s werkplek is bij VBZ in Rijswijk en zij is bereikbaar via het
contactformulier of via 070-3721134.