Arbeidshygiënische strategie

In het plan van aanpak bij de RI&E nemen de werkgever en de preventiemedewerker maatregelen op om risico’s die werknemers lopen te beperken. Hoewel ze zelf de maatregelen kunnen selecteren die het beste passen, moeten ze zich wel aan een bepaalde volgorde houden.

In de Arbowet is vastgelegd dat werkgevers bij het aanpakken van risico’s de arbeidshygiënische strategie moeten volgen. Dit houdt in dat de werkgever eerst probeert het risico bij de bron aan te pakken. Pas als blijkt dat dit niet lukt of niet voldoende is, kijkt de werkgever naar andere soorten maatregelen. De strategie bestaat uit vier niveaus van maatregelen. De werkgever moet steeds eerst kijken of een maatregel op het eerste niveau mogelijk is, dan op het tweede, enzovoort.
 
Stappenplan
De werkgever moet maatregelen in deze volgorde toepassen:
1. Bronmaatregelen: de werkgever moet een risico zoveel mogelijk aanpakken bij de bron, en zo het risico helemaal wegnemen.
2. Collectieve maatregelen (technisch): als de bronaanpak redelijkerwijs niet mogelijk is of niet het hele risico wegneemt, treft de werkgever maatregelen die alle werknemers afschermen van het risico. Voorbeelden zijn beschermkappen op machines, ventilatie en het afzuigen van stoffen.
3. Individuele maatregelen (organisatorisch): beperken ook collectieve maatregelen het risico niet voldoende, dan moet de werkgever proberen het risico voor individuele werknemers te beperken. Voorbeelden zijn taakroulatie om de blootstelling te beperken of het gewicht dat ze tillen verminderen.
4. Als laatste mogelijkheid kan de werkgever persoonlijke beschermingsmiddelen te beschikking stellen, zoals gehoorbescherming. De werkgever moet toezicht houden op het gebruik ervan, maar werknemers zijn natuurlijk verplicht om de beschermingsmiddelen te gebruiken en de instructies daarvoor op te volgen.