Toetsing van de RI&E

Als de werkgever of de preventiemedewerker een RI&E heeft opgesteld met een bijbehorend plan van aanpak, moeten deze nog getoetst worden. Ook deze verplichting is vastgelegd in de Arbowet. Alleen op die manier is het zeker dat ieder bedrijf een volledige, actuele risico-inventarisatie heeft en daarbij passende maatregelen heeft gezocht.

De RI&E moet worden getoetst door één of meer van de vier gecertificeerde kerndeskundigen op arbogebied: een bedrijfsarts, een arbeids- en organisatiedeskundige (A&O-deskundige), een veiligheidskundige of een arbeidshygiënist. Arbodiensten hebben al deze deskundigen in huis.
 
Deskundige toetsing
Welke deskundige de RI&E toetst, hangt af van de risico’s die werknemers lopen. Zijn er vooral veiligheidsrisico’s, dan ligt het voor de hand een veiligheidskundige in te schakelen. Vormen de bedrijfs- of productieprocessen de grootste risico’s, dan kan een A&O-deskundige beter oordelen. Als een deskundige de RI&E toetst, kijkt hij in principe naar de situatie op de werkvloer. Hij legt dus doorgaans een bedrijfsbezoek af. Prijzen van een RI&E-toetsing kunnen verschillen. De werkgever kan dus het beste vooraf de prijs opvragen. Ook risico-inventarisaties voor specifieke taken of op werkplekken kunnen duurder zijn.
 
Vrijstelling kleine werkgever
Voor bedrijven in de zoetwarenindustrie met maximaal 25 werknemers kan het gemakkelijker en goedkoper. Zij zijn namelijk vrijgesteld van toetsing van de RI&E als ze bij het uitvoeren van die RI&E gebruikmaken van de branchespecifieke RI&E. Dit is een instrument dat speciaal voor de zoetwarenindustrie is ontwikkeld en in de CAO Zoetwaren is opgenomen. Het gebruik van de branchespecifieke RI&E heeft dus veel voordelen, ook financieel.