Rol van de sociale partners

De sociale partners zijn de werkgevers en de werknemers, die samenwerken in werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties (vakbonden). Samen maken zij per branche of sector afspraken over bijvoorbeeld arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden. In de zoetwarenindustrie zijn de sociale partners heel actief en werken zij gericht samen aan een gezonde sector. Een van de speerpunten daarbij is arbo.

In de zoetwarenindustrie bestaan de sociale partners uit de werkgeversvereniging VBZ en drie vakbonden: FNV Bondgenoten, CNV Vakmensen en De Unie. Samen overleggen zij over alle zaken die voor werkgevers en werknemers in de zoetwarenindustrie van belang zijn. Arbobeleid staat altijd op de agenda.
 
CAO Arbeid & Gezondheid
De wettelijke regels zijn natuurlijk het uitgangspunt bij afspraken over arbeidsomstandigheden, maar de sociale partners vullen deze verder in met afspraken voor de branche. Ze vinden arbobeleid zo belangrijk, dat er voor de zoetwarenindustrie een aparte CAO Arbeid & Gezondheid is afgesloten. Die geldt voor alle ondernemingen in de zoetwarenindustrie. Hierin zijn afspraken vastgelegd over onder meer de arbodienstverlening, de RI&E en instrumenten om bepaalde risico’s terug te dringen.
 
Arboconvenant
De overheid moedigt de sociale partners ook aan om samen de verantwoordelijkheid te nemen voor de arbeidsomstandigheden in de branche. Daarom is in 1999 het arboconvenantenprogramma van start gegaan. Het doel was om de arbeidsomstandigheden te verbeteren, het ziekteverzuim terug te dringen en het aantal arbeidsongeschikten te beperken. Het convenant van de zoetwarenindustrie bestond uit afspraken over arbeidsomstandigheden en praktische hulpmiddelen. Hoewel het convenant is beëindigd, zijn de hulpmiddelen nog steeds nuttig voor bedrijven in de zoetwarenindustrie.
 
Arbocatalogus
In de Arbowet staat welke doelen werkgevers en werknemers met hun arbobeleid moeten bereiken. Hoe ze dat doen – de middelen – laat de overheid over aan de sociale partners. Sinds 2007 leggen zij dit per branche vast in een arbocatalogus. Deze kan onder meer beschrijvingen van risico’s in de branche, veilige werktechnieken en –methoden, normen, praktische handleidingen en goede praktijken bevatten. De catalogus wordt ‘marginaal’ getoetst door de Arbeidsinspectie. De Arbeidsinspectie kijkt daarbij niet naar de inhoud, maar alleen of de catalogus op de juiste manier tot stand is gekomen. De inspectie gebruikt het document vervolgens als uitgangspunt voor de inspecties.
De arbocatalogus voor de zoetwarenindustrie is hier beschikbaar. Niet alleen de werkgever, maar ook werknemers en vooral preventiemedewerkers kunnen deze website raadplegen bij vragen over arbeidsomstandigheden.